dinsdag 28 april 2015

Blijde gedachte: tentoonstelling + publicatie

Onlangs werkte ik mee aan Blijde Gedachten, een project dat troost wil bieden bij negatieve diagnoses in ziekenhuizen. Veel leerlingen van het Heilig Graf maakten werkjes en die zijn nu tentoongesteld in een prachtige scenografie in het Taxadriamuseum in Turnhout. Op één van de tentjes waarin ze tentoongesteld zijn staat ook een gedichtje van mij.

 
Binnenkort verschijnt er ook nog een publicatie met troostende teksten en gedichten met drie gedichten van mij en met werk van Tom Driesen, Bart Meuleman, Brigitte Van Aken, Karl Van den Broeck, Riet Vanloo en Walter Van den Broeck 

Illustraties Wide Vercnocke bij mijn optreden in Oostende

 
 (Bij 'Je lach') 
 (Bij 'Blindehondbegeleidingshond')
(Bij 'Taakspanning')

Kebabcup


donderdag 23 april 2015

dinsdag 21 april 2015

Deense post

Ik verblijf 72 uur in Kopenhagen. Mijn kamer is niet veel groter dan de tweepersoonsmatras waar ik op slaap. In een buitenwijk komt een zwerver naar me toe, hij vraagt geen geld, maar de gratis plastiek vork waarmee ik juiste een salade at. Ik geef hem ook mijn leeg flesje water. Om te weten hoe hip een juist een koffiebar is, moet je de macbooks tellen. Ik kijk 20 minuten naar een werk van Vilhelm Hammershoi. Ik schrijf veel brieven naar verloren liefdes. Ik zit elke avond in hetzelfde naamloos café, niemand weet hoe het heet. Er hangen geen uithangborden van bier en het lijkt altijd gesloten. Ik lees het nieuwe boek van Tjitske Jansen, het is een fragmentarisch verhaal over haar jeugd, maar ze slaagt er in niet sentimenteel te worden. In een cinema in het centrum kijk ik de nieuwe Roy Andersson. Mijn Zweeds is net voldoende om niet te verstaan of ik nu moet huilen of lachen. Na de film kom ik per ongeluk op de rode loper van een nieuwe Deense film terecht. De fotografen weten niet of ze foto's moeten nemen of niet. Eentje neemt het zekere voor het onzekere. In een boekenwinkeltje koop ik een postkaartje met een quote van Sylvia Plath. "I desire the things which will destroy me in the end"

Rommelmarktvondst


Vorige zondag kocht ik een mooi oud schrift je op de rommelmarkt. Op twee pagina's stond al iets geschreven. Op één pagina stond het volgende tekstje in het Engels. Traumama.

My mom is a alcoholic!
I don't know why!

But I think that is because she had a one night stand my dad is gone.

zondag 12 april 2015

Israelietenstraat

Soms zie je dingen gebeuren die poëzie zijn. Dit was er zo eentje:

Een moslim liep de Israelietenstraat in.
De straat liep dood.

Hoe het begon


Hoe het begon

Haar geur was het eerste wat ze achterliet. Rode wijn, zweet en sigaretten. Dan haar mascara, een zwarte veeg op het hoofdkussen. Dan was er de tandenborstel. Mensen zeggen soms dat het begint met een tandenborstel, maar dat klopt niet. Het begon met haar geur, dan een veeg mascara en pas toen een tandenborstel. Een blauwe.
Toen, in de derde week was er een onderbroek die ze vergat. Ik waste het uit en plooide het op. Een kanten slip naast mijn lelijke boxershorts in de schuif. Natuurlijk vergat ze dat ze haar slip vergeten was en vergat ze er weer één. Een reserveonderbroek zat vanaf de derde week week geplooid in haar kleine lederen tasje. Dit was met voorbedachten rade. Plots lagen er drie onderbroeken in mijn schuif. Ze liet lange haren achter in de douche. Ik droogde ze en bewaarde ze in een enveloppe met doorkijkvenster die ik had gekregen van de stad.

Toen was er sok. We hadden er lang naar gezocht en uiteindelijk fietste ze met haar blote linkervoet in haar schoen terug naaar huis. Enkele dagen later vond ik de sok, al stofzuigend onder de zetel. Een slurpend geluid. Ik waste de sok met de hand uit in de lavabo. Droogde hem op de bar van de douche en legde hem naast die drie onderbroeken.


Zo begon het. Daarna kon ik het niet meer bijhouden. Meer kleding, boeken, ontbijtgranen, maandverband, honing, liefde.

Wat ik afgelopen dagen deed...

Zaterdag 4 april presenteerde ik de 10de editie van De Sprekende Ezels Turnhout. Ook Stoomboot kwam optreden en dat was weer heel straf.
 Tijdens de opening van de nieuwe expo in kunstgalerij Troebel Neyntje lag er een stand van de Onderste Plank in de vitrine met twee publicaties die ik maakte.
Op 10 april traden we met De Kempische Mentaliteit op² twee jaar Ballonnenvrees. Ik deed een nieuwe tekst. Het is altijd fijn om op het podium van Gert Vanlerberghe te mogen staan. Lees zijn verslag van de avond hier. 

Proefbuispoëzie 1: Eénnachtpracht


 
In januari 2015 kwam Proefbuispoëzie 1: Eénnachtpracht van Wim Paeshuyse uit. In een proefbuis zitten 16 zinnen op apparte strookjes, deze 16 zinnen vormen één gedicht, maar de volgorde bepaalt u zelf. Zo zijn er 20922789888000 opties!

 Proefbuispoëzie bestaat in veel verschillende uitgaves zowel de proefbuizen (reageerbuizen voor de Nederlanders) zijn soms anders, als de kleur van papieren strookjes (soms ook kalkpapier) en de kleur en grootte van de dymo-etiketten.

Het is ook een soort ode geworden aan Marcel van Maele. Proefbuispoëzie doet onherroepelijk denken aan Van Maele’s gebottelde gedichten. Gedichten die opgerold in een fles zaten. Proefbuispoëzie heeft echter het interactieve aspect van Van Maele niet had.

Proefbuispoëzie wordt uitgegeven in een beperkte oplage van 50 exemplaren. Bedoeling is om in 2016 een nieuw gedicht te maken.

Tentoonstelling in Mokkakapot - de foto's

 Chantal Rens kwam op haar verjaardag uit Tilburg om te helpen met opstellen





Opening van de tentoonstelling met een optreden van De Kempische Mentaliteit

vrijdag 27 maart 2015

Tentoonstelling in Mokkakapot

Met Pasen stel ik mijn eerste tentoonstelling voor. Ik ben heel blij dat ik mag tentoonstellen in mijn favoriete koffiebar van Antwerpen. Ik stel zowel dagboekfragmenten, crosswordgedichten en foto's tentoon waarbij ik tekstjes heb geschreven. De tentoonstelling duurt tot 1 mei. Op 5 april is er een opening met een optreden van De Kempische Mentaliteit.

donderdag 19 maart 2015

Bezoek drukkerij van Cultuurkrant Suiker






Vandaag rolde in Hapert 11.000 exemplaren van cultuurkrant Suiker van de drukpers. En dus ook 11.000 exemplaren van 'Meer Wim Paeshuyse', en daar was mijn ego heel blij mee. Samen met enkele medewerkers van Suiker ging ik kijken bij drukkerij DKZet, hoe ze dat doen. Enkele medewerkers van de drukkerij bekeken me vreemd, alsof ze me ergens van kenden, maar niet juist wisten waarvan. Dat komt natuurlijk omdat ik nu al 6 maanden op rij met mijn column in Suiker sta. Deze week leg ik in die column uit waarom je helemaal niet naar Mekka moet gaan en je evengoed in Turnhout kan blijven.

woensdag 18 maart 2015

Voorwoord boek dat nooit zal verschijnen

Oorspronkelijk was mijn column in Suiker bedoeld om uit te geven als boekje '25 plaatsen die je gezien moet hebben voor je sterft, maar die je evengoed in Turnhout kan zien.' Natuurlijk was dit weer één van de ideeën die ik had, waaraan ik begon en dat dan onafgewerkt bleef liggen. Toen ik dus het voorstel kreeg van Suiker om een column te schrijven, rakelde ik dit idee terug op en breidde ik het uit naar de hele Kempen. Vandaag vond ik echter al wel voorwoord terug uit begin 2013 van het boek dat ik dus toen wou schrijven, maar wat er dus nooit zal komen.

'Geachte lezer,

Moest u na of tijdens het lezen van dit boek beginnen twijfelen aan de liefde aan mij stad, en die kans is reëel, dan had ik u graag het volgende verteld:
Ik beledig regelmatig mijn vrienden, meer dan ik mensen beledig waar ik geen uitstaans mee heb. Ik maak opmerkingen tegen hen over hoe lelijk, dom en onhandig ze wel niet zijn, maar steeds als liefdevolle grap. De liefde schept een sfeer die alle opmerkingen mogelijk maakt. De mensen die ik liefheb: vrienden en mijn vriendin, weten beter als ik hen beledig. Ze beseffen dat deze, vaak als grap geplaatste, opmerkingen –hoe erg ook- met liefde zijn bedoeld en dat ik niet de minste intentie heb om hen te kwetsen. Meer zelfs, het feit dat ik die opmerkingen maak, bewijst juist mijn liefde. Ik dat opzicht zou je me een eeuwige puber kunnen noemen: rebelleren tegen diegene die je lief hebt, juist omdat je weet dat de liefde dit zal vergeven. Zo vind ik ook dat ik het recht heb te spotten met mijn geliefde stad, terwijl ik haar eigenlijk, als u voorbij het sarcasme, de ironie en het cynisme kijkt, de hemel in wil prijzen. Dat ik zelfs haar duistere hoekjes en stinkende rivieren bemin omdat ik verblind ben door liefde zoals alleen allesverwoestende verliefdheid dat kan doen.

Bekijk dus de ironie in dit boek niet als sarcasme maar eerder als de humor tussen twee beste vrienden die elkaar regelmatig een loer weten te draaien. Dit boek is een poets die ik bak voor een stad die mij regelmatig een poets weet te bakken. Poets wederom poets.
Hoogachtend,
Wim Paeshuyse'

zondag 15 maart 2015

Volgende optredens





Achterstevorenfuif


Als ik wakker word, kruip ik tegen haar aan. Ze ziet er mooi uit. We liggen in elkaars armen. Uitgeput en voldaan. We vrijen traag en teder en niet veel daarna nog een keer snel en heftig. Als we opstaan kleden we ons wild en onhandig aan. We lopen opgewonden de deur uit en fietsen naar het feest. Aangekomen lopen we meteen de toiletten binnen. In een hokje betasten we elkaar en zoenen we wild. Als we in de danszaal aankomen doen ze juist de TL-buizen uit en zetten ze de muziek op. Flitsende gekleurde lichten tasten de muren en silhouetten af. Na een tijdje ga ik terug naar de toiletten en drink ik uit de wc. Hierdoor geraakt mijn blaas vol en moet ik urineren in een bekertje. Het bekertje urine breng in nonchalant naar de toog. De jongen in chiro-uniform overhandigt me een jeton. Ik dans met het meisje. Ze kijkt me in de ogen en lacht ondeugend. Ik verdien weer een jeton en ga weer dansen. Ik dans verlegen met het meisje en lach naar haar. Ze zegt 'Anna', ik zeg 'Hoe heet je?' Ik dans alsmaar verder van haar weg. Nadat ik een derde jeton heb gekregen, ruil ik mijn jetons in bij de kassa. Ik steek de vijf euro in mijn portefeuille. Ik loop de zaal voor de laatste keer binnen. Er zijn nog niet zoveel mensen. In de verte zie ik het meisje met haar vriendinnen. Ik wil naar huis vertrekken, maar een jongen in uniform houdt me tegen. Ik mag niet vertrekken voor ik drie euro heb gekregen. Met tegenzin accepteer ik het geld dat ik ook in mijn portefeuille steek. Ik fiets naar huis in de hoop om eindelijk eens een meisje te ontmoeten. Ik bekijk mezelf in de spiegel en neem een douche. Ik maak me klaar om naar de Achterstevorenfuif te gaan.

dinsdag 24 februari 2015

Ben Crabbé van blokken

Ik had me voorgenomen om vandaag hard te werken aan de tentoonstelling die ik in april heb in Borgerhout. Maar ik heb alleen domme ideeën over dwergen.

dinsdag 17 februari 2015

Klok

René vroeg waarom de klok een uur voor liep. Ik had ze al weken geleden moeten terugdraaien.
‘Ze moet hem zelf maar juist zetten.’ Ik zuchtend.
‘Wie?’ Gefronste wenkbrauwen.
‘Ex. Ze eist hem op. Ze zou haar spullen komen halen, maar stelt het elke week uit.’
‘Waarom zet jij hem niet gewoon goed?’
‘Ik ben het zo al gewoon.’

---
Een week later kwam ze toch. We maakten ruzie om de klok. We wisten niet meer wie hem eerst zag op de Hietalahti-rommelmarkt of wie de €1 betaalde, wel dat ik hem van Finland naar België zeulde. Ik liet haar kiezen tussen de klok en de groene stoel. Twee dingen die we beiden wouden. Ze koos de klok. Een lege plaats in het boekenrek.
---
Tussen de bezittingen van mijn overleden grootmoeder vond ik een klein wit klokje. Het liep juist. Ik zette het op de veel te grote leeggekomen plaats in mijn boekenrek. Hoewel kleiner, tikte dit klokje de tijd veel harder weg. Het tikte nadrukkelijk, alsof het je attent wou maken van alle tijd die we verspillen. Mijn nieuwe vriendin irriteerde zich hier zo hard aan, dat ze het klokje in de andere kamer zette. De batterijen als een hart uit een romp verwijderd.
---
Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien.

donderdag 29 januari 2015

Mijn dode vrienden


Mijn dode vrienden
 
Tot ze mijn kop proberen te kapseizen
liggen mijn dode vrienden te rusten
achter in mijn hoofd

In de late namiddagnevel
slapen ze hun rokerige roes
hun ruggengraat binnenkantschedel

Om beurt waken ze met één oog open
Een verlaten veldhospitaal,
Wachtkamer voor het niets

Tot de paarse nacht struikelt,
ze steunend op elkaar proberen
Kreupel recht te kruipen,

Gooien ze zwarte confetti met een trage arm
Met scalpels in hun handen
Zwalpen ze tegen de kanten

Daar schrapen ze slierten grijze massa,
Rollen er zelfrolsigaretjes mee
Plakkerig bungelend aan koude lippen

Ze ademen wat wordt gemist
Tot ze niet meer kunnen zien
En klotsend tegen mijn schedel botsen

En mijn kop proberen te kapseizen
Maar nu nog niet, nu rusten
Mijn dode vrienden achter in mijn hoofd

Column in Suiker #4

Deze week verscheen al weer mijn vierde column in het Kempische culturele blad SUIKER. De vorige drie columns kan je nog digitaal bekijken als je het maandblad als .pdf neerlaadt op hun website.

zondag 7 december 2014

Brief van een organisator


Onderstaande brief schreef ik naar René van Densen naar aanleiding van zijn eerder verschenen brieven aan een organisator. Deze kan je hier lezen op zijn site. (brief 1, brief 2, brief 3, brief 4, brief 5, brief 6)


Beste René,

Bedankt voor je fijn optreden op De Sprekende Ezels Turnhout gisteren. Of bedankt dat je een goede stand-in stuurde. Hij heeft zijn best gedaan. Het was eng om te zien hoe goed hij jou kon imiteren. Eerst twijfelde ik nog even of jij het nu zelf was of je stand-in, maar je optreden was heel goed dus moest het je stand-in wel zijn.

Echter lieve vriend René, wil ik wel wat melden over je stand-in, niet omdat ik een vieze klikspaan ben, maar omdat ik als vriend vind dat het belangrijk is eerlijk tegen je te zijn. Hier gaatie dan: zoals afgesproken mocht je stand-in op mijn zetel blijven slapen. Dat deed hij ook met overtuiging. Tot tweemaal toe moest ik hem wakker maken. Toen ik hem tweemaal wakker kreeg bleek dat er een grote plas vocht op mijn vloer lag onder de zetel. Is dit iets dat de stand-in in opdracht van jou moest doen of was dit improvisatie van je stand-in? De keukenrol (ver)vulde zijn rol (zonder stand-in).

Verder wil ik je ook even attent maken van de slechte commerciële skills van je stand-in. Hij had een hele rugzak vol fijne boekjes vol schrijffoutjes bij, maar hij vertikte het hiervoor reclame te maken. Tijdens zijn optreden, maakte hij geen enkele keer melding van deze koopwaar. Aangezien zijn rugzak vol boekjes ook nog eens in eerder vermelde plas stond, werden deze boekjes ook nog eens vochtig. Met een beetje commercieel talent hadden de boekjes tegen dan al lang uitverkocht geweest en hadden ze bijgevolg niet nat/zat kunnen worden.

Uit medelij kocht ik toch maar een boekje van jou (vergeet het geld niet aan je stand-in te vragen). 'Prozacstad' is de titel van je boekje. Het ziet er goed uit. Verhaaltjes over Tilburg. Op de eerste foto staat meteen een tilbrug. Ik snap de woordspeling. Mijn liefste nief lief opende daarstraks je boekje op pagina elf. (Ik zei: je bent zelf een elf). En het eerste wat ze zei was: 'Wat is de verleden tijd van wijken?'. Sommige mensen begrijpen niet veel van literatuur. Ze studeert nochtans iets met schrijven. Gelukkig weet ik beter. Het zijn parels voor de zwijnen René, dat weet jij en ik. De platgedrukte kralen/parels op de cover illustreren dat. Ik zie zo'n dingen René.

Hopelijk tot snel René. Dan liefst de echte. De droge (en dan heb ik het over je humor).

Houdoe.

Wim (schuilnaam)