zaterdag 15 juli 2017

Berichten uit Riga

(Janis Rozentals - in the artist workshop - 1896)

De eerste dag ligt Riga in de regen. Het stormt een paraplugenocide. Al mijn bezittingen worden nat. Enkel mijn notitieboek en een boek van Kawabata blijven wonderwel droog. Het  boek van Magnus Mills helaas niet. Zijn bladen hebben rimpels als badvingers.

In een theepaviljoen in het park drink ik gunpowderthee en lees ik het prachtige Duizend kraanvogels van Kawabata. Voor de derde zomer op rij neemt Kawabata me mee op reis naar Japan. In dit boek drinkt hij thee in theehuizen met de minnaressen van zijn overleden vader. Meer opzet is er niet nodig om een prachtig boek te krijgen.

Op een rommelmarkt koop ik oude Sovjetfoto's. Rijen soldaten in Lapland, een koppel dat elkaars sigaretten aansteekt en een piloot bij zijn gevechtsvliegtuig.

Riga lijkt meer op het Helsinki uit de Kaurismaki-films dan Helsinki zelf.

In het nationaal kunstmuseum worden enkel Letse schilders getoond. Er zijn meer bezoekers dan getalenteerde kunstenaars en meer suppoosten dan bezoekers. Enkele schilderijen van Janis Rozentals vallen op alsook de etsen van Sigismunds Vidbergs, een kruising tussen de Russische propagandastijl en jugendstilbeelden.

Omdat Rozentals me opvalt besluit ik zijn museum te bezoeken. In een artnouveauhuis in een artnouveaustraat in een artnouveauwijk bezoek ik zijn appartement dat nu als museum dienstdoet. Er hangen wat schetsen en mindere werken, alsook wat foto's van de man die bijna volledig gelijktijdig met Hammershoi leefde. Er zijn barsten in de muren, ik ben de enige bezoeker. Na het Ensorhuis in Oostende is dit het zieligste museum dat ik ooit over een schilder zag.

zondag 9 juli 2017

Ida


(stills uit DCI Banks - BBC)

vrijdag 7 juli 2017

Nara


Enkele maanden geleden werd het gedicht 'Nara' (hier reeds eerder verschenen), mooi vormgegeven voor Week Up, de wekelijkse cultuurkalender in Gent. Met dank aan de Wolven van La Mancha.

Interview in Onderox



Dubbelinterview met huidige stadsdichter Iris Wijnants over powezie in Turnhout. Door Wouter Adriaensen. Onderox nr. 168 - juli-aug 2017.

Slechte dichters op Facebook


Het eerste wat ik doe nadat ik ben opgestaan, is Facebook tjekken. Elke ochtend verwijder ik een facebookvriend. Ik speel een beetje god. Het is mijn hoogtepunt van de dag. Daarna gaat alles bergaf.

Eerst verwijderde ik mensen die ik niet echt kende, of profielen waarvan ik vermoedde dat ze vals waren, daarna verwijderde ik mensen die teveel zever op Facebook zetten. Met een status over wat je op restaurant eet, krijg je meteen een nominatie. Soms wou ik wel meerdere mensen verwijderen, maar ik doe er maar één per dag.

Omwille van het wegstemmen en de nominaties noemde ik het 'Expeditie Facebook'. Door een status van mij te liken krijg je een week immuniteit. Een leuke reactie levert je een maand onschendbaarheid op. Mijn ego wil ook wat.

Ik ben van duizend naar een dikke achthonderd vrienden gegaan en de irritante en onbekende mensen beginnen op te geraken dus nu ben ik begonnen aan de dichters. Ik heb de afgelopen jaren met zoveel dichters, die nog slechter waren dan ik en die dachten dat ze nog beter waren dan ik, op een podium gestaan dat het bijna apocalyptisch werd.

Neem nu (...), (...) of (...). Maar het kan nu erger: (...), met haar irritante stem of (...) met zijn stinkvoeten. Het toppunt blijft natuurlijk (...). Je vraagt je altijd af of hij zo slecht schrijft omwille van de drugs of dat hij drugs is beginnen gebruiken omdat hij zo slecht schrijft (in dit laatste geval zou ik er nog begrip voor hebben). Telkens ik nog maar één seconde denk aan drugs gebruiken, denk ik aan hem, waarop de angst om zelf zo overtuigend slecht te schrijven, me overvalt en ik die lijn coke toch maar gewoon wegnies. Ze zouden jongeren als drugspreventie een uur naar gedichten van hem moeten laten luisteren en niemand zou ooit die rotzooi nog aanraken.

Met het verwijderen van slechte dichters kan ik nog wel een dikke maand verder. Ik moet trouwens geen schrik hebben dat ze dit lezen, want ze lezen nooit iets van andere dichters. Dat is ook juist heel het probleem. Het is natuurlijk niet erg om slecht te zijn. Ik ben ook heel lang slecht geweest (en nu nog een heel veel beetje), maar ik heb wel altijd geprobeerd bij te leren van alle goede dichters die ik zag (gelukkig trad ik ook vaak met goede dichters op). Ik luisterde en keek aandacht om minder slecht te worden (en om al hun goede ideeën te stelen).

Slechte slechte dichters doen dat niet. Ze treden op en gaan daarna roken zonder oor te hebben voor de dichters na hen. Achteraf vragen ze wat je van hun optreden vond. Je liegt dat je vindt dat hij elke keer beter wordt.

Hoe lang ik het nog volhoud om elke dag iemand de ontvrienden weet ik niet. Ook de slechte dichters zullen na de vakantie wel op zijn. Wellicht gaan dan de ex-schoolgenoten systematisch uitgeschakeld worden. Al dat sentimenteel gezeik over vroeger is voor niemand goed. De babyfoto’s, nieuwbouwhuizen en Kempense bruiloften kunnen me ook gestolen worden.

zondag 2 juli 2017

Zelfportret #3

(Zelfportret - olieverf op hout - 2017)

Vrouwen in bomen


Onlangs kocht ik in Rotterdam een klein leuk boekje met gevonden foto's van vrouwen in die in bomen klimmen. De Duitser Jochen Raib heeft jarenlang op rommelmarkten gezocht naar oude foto's van deze waaghalzen.



De twee foto's hierboven komen uit mijn eigen collectie. De collectie van Jochen Raib is nog natuurlijk stukken straffer. Waarom begint iemand met het verzamelen van foto's van vrouwen in bomen? Wat maakt deze foto's zo speciaal. Wanneer ik door het boekje blader zie ik veel mooie foto's, maar er is natuurlijk meer dan dat.

In bomen klimmen is risicovol. Je kan vallen en je kan jezelf verwonden. Ook is in een boom klimmen vaak makkelijker dan terug uit de boom klimmen. Zegt het iets over wat we verwachten van vrouwen? Willen we met het fotograferen juist bemoedigen of afraden om deze risico's te nemen?

Wat ik vooral het mooiste vind aan veel van de foto's (je ziet het niet bij ze allemaal) zijn de gezichten van de vrouwen. Deze gezichten tonen trots en onzekerheid/angst tegelijk. Ze poseren stoer voor de foto maar toch zie je ook vaak een hint van angst.

'Neem nu vlug die foto dat ik er terug uit kan komen!'
-FLITS-

Column Vitalski

Vorige week schreef Vitalski voor weekblad DW een column over mijn pauze als podiumdichter. Enorm fijn als een van de beste Belgische performers zulke mooi woorden over mij schrijft.

maandag 12 juni 2017

Schuldige voorwerpen

Twee weken geleden riep Interpol de hulp van de internetgebruiker in om voorwerpen uit kinderporno te identificeren. Op deze manier willen ze nieuwe aanwijzingen verzamelen om viespeuken te vangen. Het blijkt een succes te zijn, ze kregen al 10000 tips, en terwijl het onduidelijk is of het ook al echt iets heeft opgeleverd, gaat Europol verder met de actie: ze plaatsten een nieuwe reeks online.

Uit nieuwsgierigheid nam ik een kijkje en ik ondervond een vreemde kijkervaring. Door de context worden deze onschuldige objecten plots 'schuldig'. Ze lijken medeplichtig te zijn aan een vreselijke misdaad. Ze zijn de details in de achtergrond die voyeuristisch toekijken op een gruwel in de hoop dat ze zelf niet gezien worden en nu zijn ze plots betrapt en worden ze uitgelicht.

Bij sommige voorwerpen valt dan weer juist datgene op dat door de agenten is weggesneden. Een silhouet van iets dat we niet mogen zien. Een omgekeerde schaduw van het kwaad. Is het een duim met een vingernagel en de rest van een hand die op dit kleedje ligt? Vanaf dat je de hand opmerkt kan je niets anders meer zien. Een gevoel van bevreemding overvalt je.


Misschien het engste beeld uit de reeks is de foto 'Landscape from a window'. De titel zou die van een schilderij kunnen zijn. We zien besneeuwde bomen en in de verte, achter een witte weide, twee huizen. Zaken die perfect herkenbaar moeten zijn voor bepaalde mensen. We krijgen reeds heel wat elementen mee voor een horrorfilm: een haast verlaten landschap, sneeuw, iemand die tussen de bomen iets bespiedt en daarnaast de warmte van een ordinair huis waar mensen leven, eten, slapen en tv kijken. Hoe past zo'n beeld in een film. Wat gebeurt er voor het raam?

Het interessante aan deze reeks is dat Europol ons op een andere manier naar beelden doet kijken. Het loodst ons voorbij de gruwel naar alledaagse banale voorwerpen zoals een shampoofles en vergroot deze alsof  zij de gruwel zijn en niet datgene dat we (gelukkig) niet te zien krijgen.

Onderzoekers en beeldanalisten bij Europol krijgen wél het totaalplaatje te zien. Ik vraag mij af hoe zij naar kunst kijken. Zouden ze bij oude werken zoals interieurs van Vermeer, Pieter de Hooch of Jan Steen meteen kijken wat er op de achtergrond is en of ze iets kunnen herkennen?



vrijdag 26 mei 2017

donderdag 11 mei 2017

10 jaar Collectief Dichterbij!

5 mei 2007 werd volgend mijn dagboek Collectief Dichterbij opgericht. 10 jaar later, is Collectief Dichterbij aan zijn tweede leven toe, met meer leden en activiteiten dan ooit. Zaterdag vieren we feest. Met heel veel leden en ex-leden en andere artiesten die een band hebben met ons collectief. Ook ik zal optreden alvorens ik het voorzitterschap doorgeef en een optredenbreak neem.

woensdag 10 mei 2017

Ik reis alleen

'Ik reis alleen' - collage - mixed media - 2017

Over artistieke vrijheid

(Deze tekst werd in een licht aangepaste vorm voorgedragen op 'Speeches' in NWE Vorst Tilburg op 5 mei '17. Het thema van deze avond, georganiseerd door prod.nu, was 'Vrijheid')


In hoeverre moet je als artiest rekening houden met je publiek? In hoeverre bepaalt publiek je artistieke vrijheid. In hoeverre kan je commercieel interessant werk maken zonder je integriteit te verliezen. Deze vraag stel ik me de laatste tijd veel.

Ik sta als podiumdichter dit jaar tien jaar op de planken. Het landschap is in die tijd hard veranderd. Toen ik begon waren er maar drie vrije podia waar je als dichter kon gaan optreden. Door wat organisatoren aan te spreken belandde ik (vaak samen met Collectief Dichterbij) op muziekpodia in cafés. De enige manier om deze optreden te overleven was door een sterke, grappige en ritmische performance te geven. Bij mooie liefdesgedichten werd er gepraat.

We zijn nu 10 jaar en 250 optredens later. Onlangs besloot ik om volgend jaar niet meer met mijn poëzie op te treden. Om terug te kunnen schrijven zonder dat er in mijn hoofd steeds een publiek meeleest.

Er zijn podiumdichters die beweren geen rekening te houden met hun publiek, onzin natuurlijk, waarom ga je dan op een podium staan. Ik hield wellicht teveel rekening met mijn publiek. Ik had altijd enkele optredens op mijn agenda staan, wat ervoor zorgde dat tijdens het schrijven zelf ik teveel aan mijn publiek dacht. Alles moest leuk, herkenbaar en grappig zijn. Ik keek door de bril van het publiek naar mijn werk. Pas nu besef ik hoe dit mijn artistieke vrijheid en integriteit heeft bepaald.

Ik ben altijd een twijfelaar geweest. ‘Ik twijfel, dus ik leef’ was een zin die in mijn woonkamer hing. Twijfel is goed, maar wanneer je gaat twijfelen of je publiek of uitgever het wel goed genoeg gaat vinden dan wordt dit een probleem. Artistieke vrijheid gaat over het werk maken dat jij wil maken ongeacht verwachtingen van anderen. Raakt je werk jezelf? Vind je het zelf een goed werk. Die vraag is moeilijk om helder te houden. Ik heb, zoals ik reeds vertelde, me teveel laten leiden door het publiek, waardoor ik anderzijds wel productiever ben geweest.

Het is niet verwonderlijk dat veel artiesten een alter ego ontwikkelen waaronder ze nieuw werk zonder enige druk konden maken. Deze herwonnen artistieke vrijheid zorgt voor nieuwe inspiratie en ruimte voor experiment. Indien het een succes wordt, kun je nog altijd je ware identiteit onthullen.
(Henry Darger)

Onlangs las ik over de Amerikaanse kunstenaar Henry Darger. Hij groeide op in opvangtehuizen en gestichten en ging later als schoonmaker in een ziekenhuis werken. Thuis in zijn appartement begon hij te werken aan zijn boek ‘The Story of the Vivian Girls’, een verhaal van 15000 pagina’s waarbij hij ook nog eens 300 schilderijen maakte. Het vreemde aan zijn werk is dat het pas ontdekt werd toen hij in het ziekenhuis lag en nog maar enkele dagen te leven had.

Darger heeft nooit leren schilderen of tekenen. Hij was een autodidactkunstenaar en outsider. Een soort Mogwli in de kunst. Hij leerde tekenen en schilderen door prentjes uit kranten te overtekenen en overschilderen. Later kwam er langzaam meer perspectief in zijn werk en zag je evolutie in zijn werk naarmate hij ouder werd.

De vraag die me sindsdien bezighoudt is of Darger nu juist meer of minder artistieke vrijheid had dan kunstenaars die wel naar buiten treden en het publiek opzoeken Darger kon doen en maken wat hij zelf wilde. Natuurlijk had hij grote financiële en technische beperkingen. Maar daarnaast kon hij wel tekenen wat en hoe hij dat wou. Zo staan zijn werken vol met blote klein meisjes, iets wat later wel eens fout geïnterpreteerd is geweest.  Hedendaagse illustratoren zie ik dat nog niet zo snel doen. Een andere vraag die je kunt stellen is in hoeverre zijn werk dwangmatigs was. En of dwangmatigs werk nu wel of niet onder artistieke vrijheid valt.
(Vivian Maier - zelfportret)

Een ander voorbeeld is de Amerikaanse Vivian Maier, zij was heel haar leven een kinderoppas in verschillende gezinnen en maakte in die tijd duizenden foto’s, vele liet ze niet eens ontwikkelen. Toen vlak voor haar dood haar werk werd ontdekt op een garageverkoop, werd al snel duidelijk dat zij een van de belangrijkste straatfotografen ooit is.

J.D. Salinger, schrijver van de klassieker ‘Catcher in the Rye’, bleef heel zijn leven romans schrijven, ook al publiceerde hij er maar drie en één verhalenbundel. In een kluis zouden nog minstens vijf afgewerkte romans liggen die hij vanaf de jaren '60 maakte. Was dit Salinger zijn manier om zijn artistieke vrijheid te herwinnen of wou hij enkel weg uit de media-aandacht?

Zou ik, net als Salinger, mijn gedichten teksten voor mezelf willen houden in ruil voor meer artistieke vrijheid? Dat ga ik de volgende jaren door geen poëzieoptredens meer te doen, eens onderzoeken. Kan ik de klok terugdraaien en terug op een naïeve, oprechte manier schrijven?

dinsdag 2 mei 2017

Stadsrap Turnhout


Twee jaar geleden kwamen we, drie stadsdichters van Turnhout, samen om op één avond een rap te schrijven én op te nemen. Het was een memorable avond vol onzin en gangsta-moves. Helaas liep er iets mis met de clip en hebben we pas anderhalf jaar later besloten om het alsnog op het net te flikkeren.

maandag 1 mei 2017

Wat ik mij herinner van de Beatles

'Wat ik mij herinner van de Beatles' - collage in dagboek - juni 2016 

zondag 30 april 2017

Over het werk van Bob Roes


(Deze tekst werd geschreven als openingswoord bij de tentoonstelling 'The moment is yours', een tentoonstelling van Bob Roes zijn werk, in GC 't Heilaar in Beerse.)
(Bob Roes - Did I close the door?)
Wat meteen opvalt aan het bekijken van de schilderijen van Bob Roes is het ontbreken van de gezichten. Vaak hebben zijn figuren geen hoofd en als ze dat al wel hebben, dan ontbreekt meestal een gezicht. Het gezicht is uitgeveegd en ontdaan van de ogen, mond en neus. Ook bij de figuren die hij vanop de rug geschilderd heeft, vinden we geen gezicht. 20 figuren op deze tentoonstelling en geen enkel gezicht.
Een interessante vraag die we ons eerst kunnen stellen is:

- Wat valt er weg als we het gezicht wegnemen?

Het eerste wat zeker wegvalt is de mogelijkheid om te communiceren. Er kan geen contact gemaakt worden met de buitenwereld. Dat heeft zowel voor- als nadelen. Je kan niet geaccepteerd worden door de buitenwereld, maar ook niet afgekeurd. Niet geaccepteerd worden, leidt tot eenzaamheid. Een grote vrees van eenzame mensen, is de vrees om niet geaccepteerd te worden. Dit maakt de figuren van Roes zo statisch. Zonder gezicht, zijn de figuren gedoemd om te blijven hoe ze zijn. Dit lijkt een manier te zijn om de controle over zijn figuren te behouden.

Ondanks het ontbreken van de gezichten, bezitten de figuren veel trots. Mooie, vaak militaire kostuums zorgen voor aanzien. Deze statussymbolen lijken door het gebrek aan gezichten eerder lege verpakkingen. De figuren zijn gevangen in hun aanzien in de maatschappij. Ze kunnen niet zijn wie ze willen zijn.

Ensor zette zijn figuren maskers op. Ook deze figuren kunnen geaccepteerd noch afgekeurd worden. Maar zij kunnen zich wel verstoppen achter een masker. Ze meten zichzelf een andere identiteit aan. Dit kunnen de figuren van Roes niet. Zij zijn gedoemd, met rechte rug, hun eenzame lot te ondergaan.
(Bob Roes - The messenger 42)

Waar verwijst deze eenzaamheid naar?

Het maken van schilderijen is een eenzame bezigheid. Urenlang zit je in je atelier een gevecht te leveren met het doek. Er is niemand die meekijkt, niemand die advies geeft, niemand die twijfel wegneemt. Het doek wordt pas getoond wanneer het klaar is. Op facebook, een website of zoals vandaag in een tentoonstelling in het prachtige Beerse (of Liquid City voor de jongeren).

Zijn deze figuren afspiegelingen van de schilder zelf? Stellen zij de eenzame schilder voor? In een harnas van trots dat de twijfel moet verbergen? Is dit een manier om te laten uitschijnen dat je alles onder controle hebt? Ook wanneer dat eigenlijk niet zo is?

De vraag waarom er geen gezichten zijn, geeft automatisch een nieuwe reeks vragen. Vragen die kunststudenten de komende decennia maar in hun doctoraatsstudies moeten onderzoeken.
(Bob Roes - The Messenger)

Van het ontbreken van gezichten wil ik naar een ander onderwerp gaan: de terugkeer van militaire figuren in het werk van Roes. Ik haalde reeds aan dat deze uniformen een trots en status met zich meebrengen. Het aantal militairen, lijkt bij elke tentoonstelling te groeien. In het atelier van Roes moet ondertussen een heel leger klaarstaan.
Waarom blijft hij deze militaire figuren schilderen?
Onlangs zag ik een reportage over het terracottaleger van de Chinese keizer Huangdi. Deze leider liet 8000 stenen soldaten achter die pas een dikke 2000 jaar later werden ontdekt. Elk levensgroot beeld is anders, elk gezicht schijnt gebaseerd te zijn op een echte persoon. Huangdi geloofde dat er leven was na de dood. Hij zei dan ook nooit YOLO, maar echt zeker was hij er niet van. Als je twijfelt kun je maar beter op veilig spelen, dus liet de controlefreak Huangdi een leger maken om hem te beschermen in zijn volgende leven.

Waartegen moeten de soldaten van Roes hem beschermen? Komt het gevaar van buitenaf of van binnenuit? Moeten de soldaten hem tegen zijn demonen beschermen?

Voor ik nog meer vragen en nog minder antwoorden ga geven, ga ik stillaan stoppen, maar eerst nog dit:

Ik begon dit stuk met de gezichtloze figuren die acceptatie noch afkeur kunnen krijgen. Ik ben blij dat ik zijn tentoonstelling hier in Beerse mag openen, maar eigenlijk, als we heel eerlijk moeten zijn, en daarmee bedoel ik absoluut niets denigrerend over Beerse (of Liquid City voor de jongeren), maar eigenlijk hoort Roes is grote zalen thuis. In musea en in galerijen à la Zeno X. Bob Roes zet echter deze stap niet zelf. Net als zijn figuren heeft dat wellicht te maken met een angst tot afkeur. Als je niet actief achter galeriehouders aangaat kan je niet afgekeurd worden, maar ook niet geaccepteerd. Controle.

Ik hoop dat Bob binnen een paar jaar een gezicht krijgt en dat zijn werk hangt waar het thuishoort en hopelijk draagt deze prachtige tentoonstelling in het geweldige Beerse (of Liquid City voor de jongeren), hiertoe bij.

En nu! GHB voor iedereen!

(De tentoonstelling is nog te zien tot 14 mei 2017. Van maandag tot vrijdag van 9 tot 12.30 en van 14 tot 16u. Maandag ook van 18 tot 20u, zondag van 14 tot 17u, dinsdag en zaterdag gesloten.)

zaterdag 22 april 2017

Boodschappenlijstjes in de media




Nadat Albert Heijn deze weel beweerde dat boodschappenlijstjes binnen drie jaar gaan verdwijnen, werd een boodschappenlijstjesspecialist gezocht. Na mijn tentoonstelling van vorig jaar, kwamen ze bij mij uit. Het Nieuwsblad publiceerde het eerste artikel. Het Laatste Nieuws, Radio 2, Qmusic (NL),  Radio 3FM (NL), Algemeen Dagblad (NL) en Radio 538 volgden.

Herinnering 5331


Natt

'Natt' - ecoline op hout - 2017

Doctoraat van de maand: feminisme in fotostrips

uit het juryrapport:
'Op een briljante wijze maakt Femke van Hoogdonk ons attent op de rol die fotostrips hebben gespeeld in de geschiedenis van het feminisme. Door veeleer subtiele vragen te stellen in plaats van de opdringerige pleidooien heeft de fotostrip de lezende huisvrouw aangezet tot zelfreflectie en ontwikkeling. Door deze lijvige scriptie wordt cruciale de rol van de fotostrip voor de eerste keer inde geschiedenis duidelijk. 'Een allesomvattende studie naar de rol van het feminisme in de fotostrip van de jaren '50 tot '00' mag dan ook gerust een huzarenstukje genoemd worden.'

zaterdag 1 april 2017

Column Suiker: Ondeugd


Deze maand schreef ik voor Suiker een column over  Pippi Langkous, klasfoto's, Denemarken en ondeugd. Hierboven kan je de column lezen. (klik op de foto voor een groter beeld) Hieronder vind je de foto's. Wat ik niet vermeldde in de column is dat er ook een derde foto was. Hier kun je nog een stukje stof zien van het afgeknipte meisje. De leerkracht heeft het door op dit moment en kijkt naar het meisje. Ook opvallend is het meisje helemaal rechts. Pas op de derde foto kun je zien dat ze een beenprothese heeft.