Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verhaal. Alle posts tonen

donderdag 26 april 2018

dinsdag 8 augustus 2017

Bijbel


Bijbel

Er werd aangebeld. Omdat het nog maar negen uur in de ochtend was, en mijn vrienden dan nog allemaal slapen, besloot ik eerst door het raam te kijken. Ik opende het raam en keek twee verdiepingen naar beneden waar ik twee vrouwen voor mijn deur zag staan. Ik riep 'Hallo?', de twee vrouwen keken op en zeiden: 'We komen vertellen over de hoop van de Bijbel.' Ik zei: 'Daar heb ik geen tijd voor.', wat ook echt waar was, want ik moest Facebook nog checken. Juist toen ik mijn raam wou dichtdoen viel mijn oog op de bijbel op de vensterbank. Hij ligt daar al jaren om ervoor te zorgen dat het raam niet dichtwaait wanneer ik het openzet. Bijbels zijn daar uitermate geschikt voor: ze zijn zwaar en wanneer ze door de regen nat worden, maakt dat niet uit, Jezus kan toch over water lopen. Ik nam de bijbel vast, voelde het gewicht even in mijn hand en gooide toen de bijbel naar beneden. De vrouwen waren juist terug beginnen wandelen wanneer ze de plof achter hen hoorden. Ze keken om, zagen de bijbel, keken naar boven en vroegen waarom ik dat deed. Ik riep: 'Dat is om de hoop van bijbels te vergroten.'

maandag 27 februari 2017

Hoe kindjes gemaakt worden

Ik herinner me nog toen ik voor het eerst vroeg hoe kindjes gemaakt worden. We zaten aan de keukentafel. Moeder had wok gemaakt met noodles, scampi’s, cashewnoten, sesamzaad, koriander en edamamebonen. Ze keek naar haar bord, draaide de noodles rond haar vork en zei, zonder op te kijken: ‘Het is ingewikkeld.’
Na een hap te nemen vervolgde ze met ‘Soms komt een zaadje bij een boontje, dan ontstaat er iets in de buik van mama’s.’
Op haar bord volgde ik de bewegingen van haar vork.
‘Dan wordt het eerst zo groot als een cashewnoot,…’
Ik hoorde de noot kraken in haar mond.
‘… en later zo groot als een scampi.’
De cashewnoten waren komma’s in haar zinnen.
‘Tot slot komt er een baby uit de mama.’
Ik hoorde haar slikken.
Ik had een vreemde smaak in mijn mond.
Misschien was het de koriander.

zondag 12 april 2015

Hoe het begon


Hoe het begon

Haar geur was het eerste wat ze achterliet. Rode wijn, zweet en sigaretten. Dan haar mascara, een zwarte veeg op het hoofdkussen. Dan was er de tandenborstel. Mensen zeggen soms dat het begint met een tandenborstel, maar dat klopt niet. Het begon met haar geur, dan een veeg mascara en pas toen een tandenborstel. Een blauwe.
Toen, in de derde week was er een onderbroek die ze vergat. Ik waste het uit en plooide het op. Een kanten slip naast mijn lelijke boxershorts in de schuif. Natuurlijk vergat ze dat ze haar slip vergeten was en vergat ze er weer één. Een reserveonderbroek zat vanaf de derde week week geplooid in haar kleine lederen tasje. Dit was met voorbedachten rade. Plots lagen er drie onderbroeken in mijn schuif. Ze liet lange haren achter in de douche. Ik droogde ze en bewaarde ze in een enveloppe met doorkijkvenster die ik had gekregen van de stad.

Toen was er sok. We hadden er lang naar gezocht en uiteindelijk fietste ze met haar blote linkervoet in haar schoen terug naaar huis. Enkele dagen later vond ik de sok, al stofzuigend onder de zetel. Een slurpend geluid. Ik waste de sok met de hand uit in de lavabo. Droogde hem op de bar van de douche en legde hem naast die drie onderbroeken.


Zo begon het. Daarna kon ik het niet meer bijhouden. Meer kleding, boeken, ontbijtgranen, maandverband, honing, liefde.

zondag 15 maart 2015

Achterstevorenfuif


Als ik wakker word, kruip ik tegen haar aan. Ze ziet er mooi uit. We liggen in elkaars armen. Uitgeput en voldaan. We vrijen traag en teder en niet veel daarna nog een keer snel en heftig. Als we opstaan kleden we ons wild en onhandig aan. We lopen opgewonden de deur uit en fietsen naar het feest. Aangekomen lopen we meteen de toiletten binnen. In een hokje betasten we elkaar en zoenen we wild. Als we in de danszaal aankomen doen ze juist de TL-buizen uit en zetten ze de muziek op. Flitsende gekleurde lichten tasten de muren en silhouetten af. Na een tijdje ga ik terug naar de toiletten en drink ik uit de wc. Hierdoor geraakt mijn blaas vol en moet ik urineren in een bekertje. Het bekertje urine breng in nonchalant naar de toog. De jongen in chiro-uniform overhandigt me een jeton. Ik dans met het meisje. Ze kijkt me in de ogen en lacht ondeugend. Ik verdien weer een jeton en ga weer dansen. Ik dans verlegen met het meisje en lach naar haar. Ze zegt 'Anna', ik zeg 'Hoe heet je?' Ik dans alsmaar verder van haar weg. Nadat ik een derde jeton heb gekregen, ruil ik mijn jetons in bij de kassa. Ik steek de vijf euro in mijn portefeuille. Ik loop de zaal voor de laatste keer binnen. Er zijn nog niet zoveel mensen. In de verte zie ik het meisje met haar vriendinnen. Ik wil naar huis vertrekken, maar een jongen in uniform houdt me tegen. Ik mag niet vertrekken voor ik drie euro heb gekregen. Met tegenzin accepteer ik het geld dat ik ook in mijn portefeuille steek. Ik fiets naar huis in de hoop om eindelijk eens een meisje te ontmoeten. Ik bekijk mezelf in de spiegel en neem een douche. Ik maak me klaar om naar de Achterstevorenfuif te gaan.

dinsdag 17 februari 2015

Klok

René vroeg waarom de klok een uur voor liep. Ik had ze al weken geleden moeten terugdraaien.
‘Ze moet hem zelf maar juist zetten.’ Ik zuchtend.
‘Wie?’ Gefronste wenkbrauwen.
‘Ex. Ze eist hem op. Ze zou haar spullen komen halen, maar stelt het elke week uit.’
‘Waarom zet jij hem niet gewoon goed?’
‘Ik ben het zo al gewoon.’

---
Een week later kwam ze toch. We maakten ruzie om de klok. We wisten niet meer wie hem eerst zag op de Hietalahti-rommelmarkt of wie de €1 betaalde, wel dat ik hem van Finland naar België zeulde. Ik liet haar kiezen tussen de klok en de groene stoel. Twee dingen die we beiden wouden. Ze koos de klok. Een lege plaats in het boekenrek.
---
Tussen de bezittingen van mijn overleden grootmoeder vond ik een klein wit klokje. Het liep juist. Ik zette het op de veel te grote leeggekomen plaats in mijn boekenrek. Hoewel kleiner, tikte dit klokje de tijd veel harder weg. Het tikte nadrukkelijk, alsof het je attent wou maken van alle tijd die we verspillen. Mijn nieuwe vriendin irriteerde zich hier zo hard aan, dat ze het klokje in de andere kamer zette. De batterijen als een hart uit een romp verwijderd.
---
Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien.

zondag 25 augustus 2013

Droeve herinneringen aan mijn fiets


Ik heb lang nagedacht hoe te beginnen aan dit verhaal (dat eigenlijk niet eens een verhaal is). Welke toon, welke stijl, welke knipogen ik zou plaatsen. Ik zou dit verhaal over mij en mijn fiets bijvoorbeeld kunnen vertellen door, Ik,  Jan Cremer-gewijs, verhalen te verzinnen en anekdotes groter te maken. Ik zou net zoals de cover van het boek dan op mijn fiets kunnen zitten zoals Jan Cremer op zijn motor zit maar het lijkt me ongepast, het is geen stoer verhaal dat vertel. Ik zou het ook zoals Jan Wolkers in Turks Fruit kunnen doen, vertrekken vanuit de neerslachtige positie waarin ik nu verkeer om dan in een grote flash-back het hartverscheurende relaas te doen over de gebroken relatie tussen mij en mijn fiets maar daarvoor is het nog te vroeg na de gebeurtenissen en zou ik de val trappen waar veel schrijvers invallen: sentimentele k*tproza over een persoonlijk onderwerp. Ik zou het ook kunnen doen zoals dat Vlaams fietsduo Nicole & Ingrid waarbij de kleinste verhalen zelfs zo overdreven lijken dat je de boeken gerust in de fantasy-afdeling zou kunnen zetten, maar ik overdrijf alleen over andere dingen. Of ik zou het ook zoals J.D. Salinger kunnen doen in Seymour, an introduction, een beschrijving van de fiets met anekdotes afwisselen  in één lange ode aan mijn fiets.  Maar ook dat lijkt me ongepast, alle anekdotes doen geen eer aan mijn fiets juist omdat de enige anekdotes die er zijn juist geen echte anekdotes zijn.

Mijn fiets was er gewoon altijd, zonder enig mankement of probleem en daarom was hij zo belangrijk. Het feit dat ik enkel anekdotes kan vertellen die erop neer komen dat alles vlot liep is voor de literatuur zo ongelovelijk saai maar voor mij van zo’n goot belang. Er gebeurde amper iets speciaals met mijn fiets, (één keer kwamen we vast te zitten in een modder-klei-veld en had ik de grootste moeite van de wereld om alle plakkende smurrie tussenuit mijn remblokjes te krijgen zodat ik weer kon fietsen (dat vastzitten in die Kempische klei zag ik trouwens als een metafoor voor mijn leven)), maar daarom verdient hij wel een soort verhaal, ookal is het een saai verhaal, zeker nu hij ons ontgaan is.
(Mijn kilometerteller, driehonderd meter (ik was even niet aan het opletten) nadat ik duizend km had)

Begin mei liet ik een kilometerteller installeren op mijn fiets, die ik toen negen maanden had, om te kunnen volgend hoeveel kilometers ik fiets. Ik had me namelijk ingeschreven voor de actie ‘Turnhout trapt het af’ waar ik en honderd anderen op een half jaar tijd duizend kilometer moeten fietsen. Hierdoor begon ik meer en meer te fietsen en deed ik ook langere afstanden. Ik fietste al eens naar Baarle-Hertog (eten kopen in Jumbo) of bezocht een goede vriendin in Herentals.

(De blokhut waarin ik sliep)
 
Geïnspireerd door een vriend besloot ik twee weken geleden voor het eerst op fietsvakantie te gaan. Met de bedoeling om volgend jaar een grotere tocht te maken naar Frankrijk ging ik nu al eens ‘uittesten’ hoe het is om onderweg te zijn met een fiets. Ik besloot om drie dagen naar Nederland te gaan, een simpele reis waar ik twee nachten overnachtte in een blokhut aan een vijvertje iets ten noorden van Den Bosch. De eerste dag fietste ik langs het Bels lijntje naar Tilburg en reed ik zo naar Den Bosch. Ik deed 80 km die dag en alles ging prima, ik voelde me moe maar tevreden. De tweede dag was nog mooier, ik fietste 75km tussen Maas en Waal langs de Hollandse postkaart-dorpjes Zaltbommel en Heusen. Het was prachtig fietsen over de dijken naast de rivieren, door de schapenweiden en langs de rietvelden. Ik nam drie overzetboten op mijn tocht. Ik weet niet dat het te sentimenteel zou zijn om hier te zeggen dat ik gelukkig was? (maar ik vrees dat het nu al te laat is en laat me er even aan toevoegen dat geluk voor een schrijver zeer oninteressant is en dus ongelukkig maakt). Het was ook die dag, woensdag de 14de dat mijn kilometerteller aangaf dat ik sinds het begin van mei 1000 km heb gefietst, iets waar ik zo trots op ben dat ik er zelfs een foto van heb gemaakt. (Mijn geluk kon, in tegenstelling tot de fles wijn ’s avonds, niet op). De derde dag fietste ik van Den Bosch terug naar huis, ik maakte tussenstops in het concentratiekamp van Vught en in Tilburg waar ik nog een paar kilo boeken kocht. Ik was rond vier uur terug thuis en toen waren er Ranonkelfeesten om te vieren dat ik veilig thuis was geraakt.

(Drs. P. op een overzetboot)
Heel dit verhaal schrijf ik om duidelijk te maken dat mijn fiets en ik de dagen voor zijn afscheid een enorme goede band (zowel binnen- als buitenband) met elkaar hadden. We gingen overal samen naartoe en hij protesteerde zelfs in protestants gebied (alles ten noorden van de Maas) niet. (Dit slaat nergens op maar het klinkt wel leuk, (zoals het meeste van mijn poëzie)), (gebruik ik teveel haakjes?).

Om een lang verhaal niet nog langer te maken: de dag na mijn reis (16 augustus), werd mijn fiets (incl. fietstassen, kilometerteller (die in die fietstassen verstop zat) en snelbinder) voor mijn deur gestolen op klaarlichte dag – en ja - hij was op slot, ik heb het sleuteltje nog. Alles samen gaat het hier om 550 euro, iets wat voor een pasafgestudeerde, werkloze, alleenwonende loser zoals ik een berg geld is.

Ik voel dat dit het moment is om dit verhaal af te ronden. Dit omdat ik anders nog zieliger ga klinken (door bijvoorbeeld te zeggen dat ik om aangifte te gaan doen over die verschrikkelijke kermis moest wandelen) en dit anders wellicht tot nog slechter sentimenteel k*tproza gaat leiden. Ook de gedachten, die me heel de nacht wakkerhielden, over wat ik die fietsdief zou aandoen als ik hem zou vinden lijken me te pulp om hier te schrijven (iets met een kliefbijl een een opengespleten ruggengraat). Als meneer fietsdief (altijd met twee woorden spreken) dit zou lezen: ik wens je een geweten toe.  

(Mijn fiets en ik)

vrijdag 26 november 2010

de Krant

een tekst van toen ik 17 was:

Ken je dat gevoel? dat je 's morgens opstaat met een broek vol goesting, en je zo geil bent als heel de Europese otterpopulatie. Nu niet dat er nog veel otters rondzwemmen hier, maar toch. Geil zijn.

Je lief is de avond voordien langsgeweest, en zoals dat soms gaat met je lief, wat gesmos. Voelen dat haar borsten nog wel daar hangen waar je ze de laatste keer hebt achtergelaten, tasten dat die kreukel nog wel in haar billen zit, geen cellulitis, maar een kreukel door gebrek aan strijk, en ruikend thuiskomen bij die vertrouwde geur. Je hebt je kleren onhandig van je lijf verwijderd, waarom moet een T-shirt over je hoofd als je tong juist in iemand anders zijn mond zit? Je hebt haar blouse losgeknoopt, haar beha van de haak gehaald en je haakt beide duimen aan de zijkant achter haar slip, je linker aan haar rechterkant, en je rechter aan je linkerkkant. En dan, als ultieme anticlimax word je teruggefloten omdat ze haar regels heeft. Je zou voor minder anarchist worden met al die regels, maandstonden, russen, loeten en de rooie vlag.

Dus er gebeurt niets, waarmee ik niets bedoel, als dat niet kan dan hoeft de rest ook niet. Je lief gaat naar huis en jij gaat slapen met je lul die van zwaarte door je buik dreigt te vallen. Rukken doe je niet, dat is voor mensen zonder lief of voor mensen met een lief waar geen ruk aan is. En dus sta je 's morgens op met nog steeds een zware rots in je broek, je schraapt je keien bijeen en kleed je aan met maar een gedachte, seks. Je haalt je krent uit je brievenkus en begint de poorvagina te pezen in je neuken. Je pakt het blood uit de bust en je smeert jezelf een boken met kontfituur. Je bent nog steeds je gatet aan het pezen en je peest hardop: tong, aars en paring steeds zeldschamer aan de Belgische bust, Vulvauitbartsing op Reeta, Peeters poept flauwelul, een sexpert beweert dat Sm masten piet schedelijk zijn, man stal fietsen in zijn tuin die er al een maand stonden, weer een bloedbad in Magdad, nieuwe regels omtrent russische uitvoer.

Ken je dat gevoel? Dat je denkt dat heel de wereld tegen je is? Je zou van minder gek worden.

zaterdag 13 november 2010

brillen


We dragen beiden brillen. Ik zeg: 'megane is japans voor brillen'. Zij zegt: 'wil je thee?' 'Goed, zolang het geen rozenbottel is'. 'Is earl grey goed?'

Er is thee voor twee maar 'er zijn geen glazen' zegt ze. Ik zeg: 'ik heb twee glazen in mijn bril, en jij hebt er ook twee'. Ze lacht niet.

We slurpen om beurt uit de slurf van de theepot. Ze zit naast me in de zetel, ik ruik haar parfum. We verbranden onze monden en zwijgen.

'Ik heb dit al vaker gedaan' zegt ze om (mij) (haarzelf) gerust te stellen. Langzaam knoopt ze mijn hemd los.

Later ligt mijn buik tegen haar rug en sluit ik haar met armen en benen in. Zo liggen we tegen elkaar. Als de brillen op het nachtkastje.


(afbeelding uit mijn dagboek van Oona Mäkelä)

maandag 8 november 2010

kamperen in de kempen


Ik zit in een caravan. Ik geef mezelf even vrijaf en kampeer in de kempen. Het uitzicht is prachtig, achter me is er een typische Vlaams stortplaatsje met afval. Oude bakstenen, een kapotte fietstas, ongebruikte dakpannen en wat rot hout is er overgroeid met wat mos en onkruid. Prachtig is het, ik zou er uren naar kunnen kijken. Helaas geef ik mezelf maar even vrijaf.

Rechts kijk ik dan weer op een metbetonplatenopgetrokkenmuurtje. Als je een fles wijn drinkt kun je in deze muur patronen vinden waar alle grote schilderijen op gebaseerd zijn. Links kijk ik dan op een stapel leeggoed. Bakken vol leegheid. Als ik voor me uitkijk zie ik door het gordijntje een blauwe auto staan en de ingang van een duikersclub.

In deze caravan geen internet maar wel een gasfornuis en een reservewiel. Een sticker met 'kamperen bij de boer, krek dat is't' en vliegenmepper die prima dienst doet aangezien ik geen vlieg kan bespeuren. Het is zaterdagnamiddag 14u34 en de bladeren vallen van de bomen. Je ziet de depressieven elke dag beter en beter hangen.

Ik zit in een caravan, 'en wat nu?' denk ik bijmezelf. Ik ben 23 en ik zit in een caravan, hoe is het zo ver kunnen komen. Ik voel me als een goudvis in een bokaal in een huis van een bejaarde vrouw die heel de dagen in haar zetel naar de veetee-em zit te kijken. Ik voel me als een bejaarde man die jarenlang heeft gezocht naar die ene boom om zich in de herfst te verhangen en die op zijn uitgekozen dag ontdekt dat ze juist zijn boom hebben omgehakt.

Ik voel me als een caravan die in plaats van in een mooi bos of leuk stuk weiland moet staan op de parking van een drankhandel waar depressieven hun drank komen kopen om vervolgens met de kruiwagen hun leeggoed te komen terugbrengen. Ik voel me als zo een caravan. En in die caravan zit ik.

vrijdag 29 oktober 2010

een volle klepto Maan


09 juli 2009. vorig weekend op het Cameleonfestival. Aan de inkom merkte ik haar op. kort krulhaar, prachtige ogen en een lach die kuiltjes graaft in haar wangen. het was moeilijk om haar leeftijd in te schatten maar ze zag er enkele jaren ouder uit. 25 of 26. sandalen onder een 3 kwarts losse broek die vanonder wel strak zat rond haar benen, een paars topje en ze straalde zoals meisjes dat alleen in de zomer kunnen.

een tijdje later tijdens een Antwerpse skagroep danste ik achter haar zonder dat ze doorkreeg dat ik heel de tijd naar haar keek. ook bij de Engelse dubgroep danste ik in haar buurt en keek ik in flitsen naar haar, beelden die ik lang probeerde vast te houden.

bij de laatste groep deed ik een impulsieve beslissing. het lef om haar aan te spreken ontbrak me en bovendien kwam er regelmatig een oudere jongen met haar praten. Ik stal haar handtas. ze had haar handtas op de houten dansvloer neergezet om vrijer te kunnen dansen en was na enkele nummers van de latinband afgedreven van haar oorspronkelijke plaats naar enkele meters daarvandaan. ik nam haar kleine zwarte handtas en wandelde rustig naar de uitgang van het festivalterrein. Ik stak de tas in mijn fietstas en fietste huiswaarts.

Thuis gooide in de inhoud om mijn salontafel en onderzocht deze. Een zonnebril, maandverband, lippenstift (donkerrood), een postkaartje van Frankrijk, wat papieren, een gsm en natuurlijk: haar portefeuille. Delphine Leenders, 10/11/1984 (nog maar 24 dus), Beerse, een mooie handtekening met veel lussen, €32.84, wat pasjes en foto's. Het geld haalde ik eruit en stak ik weg alsook haar go-pass waar nog twee ritten op stonden (wat ging ze toch steeds in Brugge doen?) Ik haalde haar simkaart uit haar nokia 3310 en stak deze in het kleingeldzakje van haar portefeuille.

De volgende dag belde ik het nummer dat ik in de telefoonboek had opgezocht. Ik vroeg meteen naar Delphine toen een zware mannenstem (ik vermoedde haar vader) afnam.
Na enkele tellen en wat gestommel in de verte sprak er een vrouwenstem -'hallo?' -'hallo met Wim, ik heb gisterenavond je handtas gevonden langs de kant van de weg' -'gelukkig, hij is gisteren gestolen op Cameleonfestival' -'zo te zien is je geld eruit gehaald en in je portefeuille steekt een simkaart, ze hebben je Gsm dus ook gejat' -'verdorie', -'ja' -'echt stom' -'als je wilt kun je jouw handtas hier komen ophalen'. Ik gaf mijn adres en een half uurtje later belde ze aan.

'Dag Delphine, kom binnen' Ik had alle spullen reeds terug in haar handtas gestoken en overhandigde deze haar. Ze begon meteen haar handtas te onderzoeken en controleerde haar portefeuille, alles was nog daar, alleen het geld en de Gsm. Ze leek opgelucht te zijn en ze bedankte me. Ik vroeg of ze tijd had en ik zag dat ze uit dankbaarheid mijn verzoek niet durfde weigeren. Ik schonk haar en looza aardbei in en we praatten over het festival. Ze vroeg of ik hier alleen woonde en omdat ze het niet eerlijk vond dat ik meer over haar wist dan zij over mij moest ik wat over mezelf vertellen. Toen ze even niet oplette stal ik haar hart. Ik heb het nooit teruggegeven.

Comaboy pagina 1


'Je bent weer dronken.'
'Ik ben altijd dronken, laat me met rust!'
'We moeten opruimen Davy, er komen straks gasten'
'Ooh putain! ik haat opruimen'

Davy ligt dronken en verveeld in de zetel met enkel leggings aan uit de vrouwenafdeling van de H&M naar een grote 120cm plasmatelevisie te staren. Dokter Phil. De woonkamer waarin hij zich bevindt, bestaat uit een groot leren salon en enkele lage ijzeren kasten waar hangsloten ophangen. Bob loopt in zijn kostuumbroek en loshangend gekreukd hemd rond door de woonkamer en ruimt op. Wat tijdschriften, lege flessen wijn en gebruikte tissues worden uit het zicht verwijderd. Bob loopt naar de koelkast en trekt deze open waardoor zijn behaarde borstkas verlicht wordt door het licht van lampje dat aangaat als je de deur opendoet.

'Je hebt alle wijn opgedronken!'
'oohja dat moest ik je nog vertellen: je moet dringend nieuwe gaan kopen voor ik nuchter word'
'Davy het is half elf, de winkels zijn al uren dicht, en er komen gasten! Zou jij je trouwens eens niet gaan aankleden?'
'Ooh seg putain, ik dacht dat jij mij betaalde om halfnaakt rond te lopen.'

Bob geraakt nu licht geïrriteerd aan Davy, de jonge knappe Thaise homo die bij hem logeert en zo nu een dan een klusje opknapt voor hem. Bob controleert de voorraadkast op alcohol, maar hij vindt slecht lege flessen. Davy merkt dat Bob zenuwachtig wordt voor het alleereerste bezoekje van zijn baas en besluit zich toch maar te gaan omkleden.
p. 1