dinsdag 19 augustus 2014

Hemelsinki 6


(Café Taikalamppu)
 
Ik fiets door de Helsinki randstad met mijn Jopo-fiets.  Het zaad van de vele berken ligt als geelbruine plassen op de stoepen. Een dode egel ligt in de goot als een baby in een wieg.
Ik deed wat in de inburgeringscursus stond om een echte Fin te zijn. Ik nam de boot naar Tallin en kocht goedkope wijn en cider. Over de Baltische zee rollen veel blikjes bier naar het Noorden. In de haven wachtten kranen me als grote stalen origimi-kraanvogels op.
De wijk Kallio telt in elke straat wel enkele Thaise massage-salons. Ik vraag me af of het een eufemisme is. In Taikalamppu (Wonderlamp) drink ik slechte koffie die zo slecht is dat het op een masochistische manier toch weer goed is. Een jaarlijks ritueel.
Nog in Kallio zie ik honderd mensen aanschuiven voor een huis. Ik leer dat het een voedselbedeling is. Armoede draagt heel normale kleding. Een jonge moeder en een man in kostuum.
Ik zie twee jonge meisjes, niet ouder dan zeven, naar de bib lopen in onschuldige zomerjurkjes. Elks dragen ze een boek van ‘Vijftig tinten grijs’ om te gaan inleveren.
Op het tramperron tegenover staat een mix van Japanse toeristen en dronken Finnen. Een vreemd contrast.
Op het speelplein stapelen de jongeren de lege blikjes bier op een stapel zonder dat hij omvalt. Het bier komt tot aan hun navel.
Ik zie een klein meisje, zonder aandacht te hebben voor wat rond haar gebeurd, op haar driewieler fietsen achter een vlinder. Ze giechelt.
In Porvoo regende het zo hard dat de heuvelachtige straatjes plots in bergriviertjes veranderden. Het water van de dakgoten komt in buizen naar beneden en wordt net boven de stoep de straat opgespuwd. Het zaad van berken wast weg.   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten