donderdag 19 maart 2015
Bezoek drukkerij van Cultuurkrant Suiker
Vandaag rolde in Hapert 11.000 exemplaren van cultuurkrant Suiker van de drukpers. En dus ook 11.000 exemplaren van 'Meer Wim Paeshuyse', en daar was mijn ego heel blij mee. Samen met enkele medewerkers van Suiker ging ik kijken bij drukkerij DKZet, hoe ze dat doen. Enkele medewerkers van de drukkerij bekeken me vreemd, alsof ze me ergens van kenden, maar niet juist wisten waarvan. Dat komt natuurlijk omdat ik nu al 6 maanden op rij met mijn column in Suiker sta. Deze week leg ik in die column uit waarom je helemaal niet naar Mekka moet gaan en je evengoed in Turnhout kan blijven.
woensdag 18 maart 2015
Voorwoord boek dat nooit zal verschijnen
Oorspronkelijk was mijn column in Suiker bedoeld om uit te geven als boekje '25 plaatsen die je gezien moet hebben voor je sterft, maar die je evengoed in Turnhout kan zien.' Natuurlijk was dit weer één van de ideeën die ik had, waaraan ik begon en dat dan onafgewerkt bleef liggen. Toen ik dus het voorstel kreeg van Suiker om een column te schrijven, rakelde ik dit idee terug op en breidde ik het uit naar de hele Kempen. Vandaag vond ik echter al wel voorwoord terug uit begin 2013 van het boek dat ik dus toen wou schrijven, maar wat er dus nooit zal komen.
'Geachte lezer,
Moest u na of tijdens het lezen van dit boek beginnen twijfelen aan de liefde aan mij stad, en die kans is reëel, dan had ik u graag het volgende verteld:
Ik beledig regelmatig mijn vrienden, meer dan ik mensen beledig waar ik geen uitstaans mee heb. Ik maak opmerkingen tegen hen over hoe lelijk, dom en onhandig ze wel niet zijn, maar steeds als liefdevolle grap. De liefde schept een sfeer die alle opmerkingen mogelijk maakt. De mensen die ik liefheb: vrienden en mijn vriendin, weten beter als ik hen beledig. Ze beseffen dat deze, vaak als grap geplaatste, opmerkingen –hoe erg ook- met liefde zijn bedoeld en dat ik niet de minste intentie heb om hen te kwetsen. Meer zelfs, het feit dat ik die opmerkingen maak, bewijst juist mijn liefde. Ik dat opzicht zou je me een eeuwige puber kunnen noemen: rebelleren tegen diegene die je lief hebt, juist omdat je weet dat de liefde dit zal vergeven. Zo vind ik ook dat ik het recht heb te spotten met mijn geliefde stad, terwijl ik haar eigenlijk, als u voorbij het sarcasme, de ironie en het cynisme kijkt, de hemel in wil prijzen. Dat ik zelfs haar duistere hoekjes en stinkende rivieren bemin omdat ik verblind ben door liefde zoals alleen allesverwoestende verliefdheid dat kan doen.
'Geachte lezer,
Moest u na of tijdens het lezen van dit boek beginnen twijfelen aan de liefde aan mij stad, en die kans is reëel, dan had ik u graag het volgende verteld:
Ik beledig regelmatig mijn vrienden, meer dan ik mensen beledig waar ik geen uitstaans mee heb. Ik maak opmerkingen tegen hen over hoe lelijk, dom en onhandig ze wel niet zijn, maar steeds als liefdevolle grap. De liefde schept een sfeer die alle opmerkingen mogelijk maakt. De mensen die ik liefheb: vrienden en mijn vriendin, weten beter als ik hen beledig. Ze beseffen dat deze, vaak als grap geplaatste, opmerkingen –hoe erg ook- met liefde zijn bedoeld en dat ik niet de minste intentie heb om hen te kwetsen. Meer zelfs, het feit dat ik die opmerkingen maak, bewijst juist mijn liefde. Ik dat opzicht zou je me een eeuwige puber kunnen noemen: rebelleren tegen diegene die je lief hebt, juist omdat je weet dat de liefde dit zal vergeven. Zo vind ik ook dat ik het recht heb te spotten met mijn geliefde stad, terwijl ik haar eigenlijk, als u voorbij het sarcasme, de ironie en het cynisme kijkt, de hemel in wil prijzen. Dat ik zelfs haar duistere hoekjes en stinkende rivieren bemin omdat ik verblind ben door liefde zoals alleen allesverwoestende verliefdheid dat kan doen.
Bekijk dus de ironie in dit boek niet als sarcasme maar
eerder als de humor tussen twee beste vrienden die elkaar regelmatig een loer
weten te draaien. Dit boek is een poets die ik bak voor een stad die mij
regelmatig een poets weet te bakken. Poets wederom poets.
Hoogachtend,
Wim Paeshuyse'
zondag 15 maart 2015
Achterstevorenfuif
Als ik wakker word, kruip ik tegen haar aan. Ze ziet er mooi uit. We liggen in elkaars armen. Uitgeput en voldaan. We vrijen traag en teder en niet veel daarna nog een keer snel en heftig. Als we opstaan kleden we ons wild en onhandig aan. We lopen opgewonden de deur uit en fietsen naar het feest. Aangekomen lopen we meteen de toiletten binnen. In een hokje betasten we elkaar en zoenen we wild. Als we in de danszaal aankomen doen ze juist de TL-buizen uit en zetten ze de muziek op. Flitsende gekleurde lichten tasten de muren en silhouetten af. Na een tijdje ga ik terug naar de toiletten en drink ik uit de wc. Hierdoor geraakt mijn blaas vol en moet ik urineren in een bekertje. Het bekertje urine breng in nonchalant naar de toog. De jongen in chiro-uniform overhandigt me een jeton. Ik dans met het meisje. Ze kijkt me in de ogen en lacht ondeugend. Ik verdien weer een jeton en ga weer dansen. Ik dans verlegen met het meisje en lach naar haar. Ze zegt 'Anna', ik zeg 'Hoe heet je?' Ik dans alsmaar verder van haar weg. Nadat ik een derde jeton heb gekregen, ruil ik mijn jetons in bij de kassa. Ik steek de vijf euro in mijn portefeuille. Ik loop de zaal voor de laatste keer binnen. Er zijn nog niet zoveel mensen. In de verte zie ik het meisje met haar vriendinnen. Ik wil naar huis vertrekken, maar een jongen in uniform houdt me tegen. Ik mag niet vertrekken voor ik drie euro heb gekregen. Met tegenzin accepteer ik het geld dat ik ook in mijn portefeuille steek. Ik fiets naar huis in de hoop om eindelijk eens een meisje te ontmoeten. Ik bekijk mezelf in de spiegel en neem een douche. Ik maak me klaar om naar de Achterstevorenfuif te gaan.
dinsdag 24 februari 2015
Ben Crabbé van blokken
Ik had me voorgenomen om vandaag hard te werken aan de tentoonstelling die ik in april heb in Borgerhout. Maar ik heb alleen domme ideeën over dwergen.
dinsdag 17 februari 2015
Klok
René vroeg waarom de klok een uur voor liep. Ik had ze al
weken geleden moeten terugdraaien.
‘Ze moet hem zelf maar juist zetten.’ Ik zuchtend.
‘Wie?’ Gefronste wenkbrauwen.
‘Ex. Ze eist hem op. Ze zou haar spullen komen halen, maar stelt het elke week uit.’
‘Waarom zet jij hem niet gewoon goed?’
‘Ik ben het zo al gewoon.’
‘Ze moet hem zelf maar juist zetten.’ Ik zuchtend.
‘Wie?’ Gefronste wenkbrauwen.
‘Ex. Ze eist hem op. Ze zou haar spullen komen halen, maar stelt het elke week uit.’
‘Waarom zet jij hem niet gewoon goed?’
‘Ik ben het zo al gewoon.’
---
Een week later kwam ze toch. We maakten ruzie om de klok. We
wisten niet meer wie hem eerst zag op de Hietalahti-rommelmarkt of wie de €1
betaalde, wel dat ik hem van Finland naar België zeulde. Ik liet haar kiezen
tussen de klok en de groene stoel. Twee dingen die we beiden wouden. Ze koos de
klok. Een lege plaats in het boekenrek.
---
Tussen de bezittingen van mijn overleden grootmoeder vond ik
een klein wit klokje. Het liep juist. Ik zette het op de veel te grote
leeggekomen plaats in mijn boekenrek. Hoewel kleiner, tikte dit klokje de tijd
veel harder weg. Het tikte nadrukkelijk, alsof het je attent wou maken van
alle tijd die we verspillen. Mijn nieuwe vriendin irriteerde zich hier zo hard
aan, dat ze het klokje in de andere kamer zette. De batterijen als een hart uit
een romp verwijderd.
---
Ik wou dat ik de tijd kon terugdraaien.
donderdag 29 januari 2015
Mijn dode vrienden
Mijn dode vrienden
Tot ze mijn
kop proberen te kapseizen
liggen mijn dode vrienden te rusten
achter in mijn hoofd
liggen mijn dode vrienden te rusten
achter in mijn hoofd
In de late
namiddagnevel
slapen ze
hun rokerige roeshun ruggengraat binnenkantschedel
Om beurt
waken ze met één oog open
Een verlaten
veldhospitaal,Wachtkamer voor het niets
Tot de
paarse nacht struikelt,
ze steunend
op elkaar proberenKreupel recht te kruipen,
Gooien ze
zwarte confetti met een trage arm
Met scalpels
in hun handenZwalpen ze tegen de kanten
Daar
schrapen ze slierten grijze massa,
Rollen er
zelfrolsigaretjes meePlakkerig bungelend aan koude lippen
Ze ademen
wat wordt gemist
Tot ze niet
meer kunnen zienEn klotsend tegen mijn schedel botsen
En mijn kop
proberen te kapseizen
Maar nu nog
niet, nu rustenMijn dode vrienden achter in mijn hoofd
Column in Suiker #4
Deze week verscheen al weer mijn vierde column in het Kempische culturele blad SUIKER. De vorige drie columns kan je nog digitaal bekijken als je het maandblad als .pdf neerlaadt op hun website.
zondag 7 december 2014
Brief van een organisator
Beste René,
Bedankt voor je fijn optreden op De Sprekende Ezels Turnhout gisteren. Of bedankt dat je een goede stand-in stuurde. Hij heeft zijn best gedaan. Het was eng om te zien hoe goed hij jou kon imiteren. Eerst twijfelde ik nog even of jij het nu zelf was of je stand-in, maar je optreden was heel goed dus moest het je stand-in wel zijn.
Echter lieve vriend René, wil ik wel wat melden over je stand-in, niet omdat ik een vieze klikspaan ben, maar omdat ik als vriend vind dat het belangrijk is eerlijk tegen je te zijn. Hier gaatie dan: zoals afgesproken mocht je stand-in op mijn zetel blijven slapen. Dat deed hij ook met overtuiging. Tot tweemaal toe moest ik hem wakker maken. Toen ik hem tweemaal wakker kreeg bleek dat er een grote plas vocht op mijn vloer lag onder de zetel. Is dit iets dat de stand-in in opdracht van jou moest doen of was dit improvisatie van je stand-in? De keukenrol (ver)vulde zijn rol (zonder stand-in).
Verder wil ik je ook even attent maken van de slechte commerciële skills van je stand-in. Hij had een hele rugzak vol fijne boekjes vol schrijffoutjes bij, maar hij vertikte het hiervoor reclame te maken. Tijdens zijn optreden, maakte hij geen enkele keer melding van deze koopwaar. Aangezien zijn rugzak vol boekjes ook nog eens in eerder vermelde plas stond, werden deze boekjes ook nog eens vochtig. Met een beetje commercieel talent hadden de boekjes tegen dan al lang uitverkocht geweest en hadden ze bijgevolg niet nat/zat kunnen worden.
Uit medelij kocht ik toch maar een boekje van jou (vergeet het geld niet aan je stand-in te vragen). 'Prozacstad' is de titel van je boekje. Het ziet er goed uit. Verhaaltjes over Tilburg. Op de eerste foto staat meteen een tilbrug. Ik snap de woordspeling. Mijn liefste nief lief opende daarstraks je boekje op pagina elf. (Ik zei: je bent zelf een elf). En het eerste wat ze zei was: 'Wat is de verleden tijd van wijken?'. Sommige mensen begrijpen niet veel van literatuur. Ze studeert nochtans iets met schrijven. Gelukkig weet ik beter. Het zijn parels voor de zwijnen René, dat weet jij en ik. De platgedrukte kralen/parels op de cover illustreren dat. Ik zie zo'n dingen René.
Hopelijk tot snel René. Dan liefst de echte. De droge (en dan heb ik het over je humor).
Houdoe.
Wim (schuilnaam)
dinsdag 4 november 2014
Speciale boeken 4: Onderlangs
Er zijn van die boeken die ik zelf had willen
schrijven/bedenken. Bijvoorbeeld de ‘Net niet verschenen boeken’ van
Gummbah, ‘The Kasper Strommanillustrated design encyclopaedia’, ‘Autoportrait’ van Martin Parr en het nog te
verschijnen ‘Miss Superior’ (werktitel) van Rick Hekman. Het boek dat ik
vandaag voorstel had ik wel kunnen bedenken, maar ik had het zowiezo nooit
gemaakt. En als ik het dan toch gemaakt zou hebben, dan had ik het nooit zo
goed gedaan.
De Tilburger Paul Bogaers heeft een 15 jaar van zijn leven
gespendeerd aan het ‘schrijven’ van de roman ‘Onderlangs’ door enkel zinnen te
gebruiken uit pulp-boekjes. Deze zinnen heeft hij uitgeknipt en onder elkaar
geplakt tot een heuse roman van 400 pagina’s.
Toen Chantal Rens me dit boek toonde bekeek ik het vol
verwondering en natuurlijk kocht ik een exemplaar, maar ergens dacht ik: ‘dit
gaat een flauw dadaïstisch samenraapsel van grappige zinnen zijn zonder dat er
een echt verhaal in zit’.
Paul Bogaers bewijst het tegendeel. ‘Onderlangs’ is een vlot
te lezen roman met de nodige absurde wendingen en grappige constructies, maar
het wordt geen seconde vervelend. Ook de lay-out, met verschillende lettertypes,
stoort niet. Verder zit het vol met kromme metaforen en vergelijkingen die je
alleen in pulpboekjes kan vinden zoals: ‘De stem aaide mij als een natte dweil
in het gezicht.’
‘Onderlangs’ is een boek dat je in huis moet hebben. Het is
een ode aan doorzettingsvermogen en het serieus nemen van domme ideeën met de
nodige knipogen.
Meer info vind je op de site van de schrijver. Het boek kopen kan dan weer hier.
dinsdag 28 oktober 2014
Publicatie: rubriek in Suiker
Voor cultuurkrant Suiker ga ik 8 maanden lang op zoek naar plaatsen die je gezien moet hebben voor je sterft maar die je evengoed in de Kempen kan bezoeken. Zo leg ik deze maand uit waarom je niet helemaal naar Tokyo moet om Shibuya Crossing te bezoeken en evengoed in Turnhout kan blijven. Met dank aan Wannes voor de tip en voor de Jolien tekstcorrectie!
donderdag 9 oktober 2014
Publicatie: Het Gezeefde Gedicht
Vorige week werd ik gepubliceerd op 'Het Gezeefde gedicht', een website met gedichten van ongepubliceerd talent. De redactie wordt gedaan door Charles Ducal (Dichter des Vaderlands) en Roel Richeleu Van Londersele.
Het gedicht kan je hier lezen op 'Het Gezeefde Gedicht'.
Het geselecteerde gedicht 'Jongenskamer' stond eerder op mijn blog.
maandag 22 september 2014
Je lach
alsof je nu al weet hoe onze eerste zoen zal zijn
als we afscheid nemen aan de deur van je studentenkamer
hoe mijn bevende hand je wang angstig zal vangen
Je lacht naar mij
alsof je nu al weet hoe goed jouw hoofd in mijn oksel past
alsof je nu al weet hoe onze lichamen kunnen smelten om zacht te zijn voor elkaar
hoe je zal wakker worden terwijl ik nog steeds naar je kijk, bewonderend
Je lacht naar mij
alsof je² nu al herinnert wat later nog moet gebeuren
alsof je nu al weet van die zomeravond in Zweden aan dat meer
hoe wij dan vertraagde schaduwen zullen lekken op de houten aanlegsteiger
Je lacht naar mij
& ik zucht nu al van geluk
zondag 14 september 2014
Parijs
Montmartre is ook maar een rorschachtest
kabelbanen knappen in mijn hoofd
een man hangt wuivend uit het raam
ik probeer hem te zoeken
met de toeristenverrekijker
vind hem niet
Zo gebeurt het altijd bij mij
een uitgestoken hand blijft een vraag
er is zo veel twijfel dat ik hem in dozen stop,
terug uitlaad en opnieuw erin, anders
tot het beter past, tot ik beter pas
en dan bouw ik torens
Ik heb veel niet gezien, jij
aan de verkeerde oever van de Seine
gedachten verbonden als metrolijnen
jij brengt me in de war
elk dag meer
Zo gebeurt het altijd bij mij
ik hoor het vuurwerk wel
maar ik zie het niet
zondag 7 september 2014
Publicatie: Paul Van Hees
zaterdag 30 augustus 2014
Publicatie: Dichters bijten niet
dinsdag 19 augustus 2014
Hemelsinki 6
(Café Taikalamppu)
Ik fiets door de Helsinki randstad met mijn Jopo-fiets. Het zaad van de vele berken ligt als
geelbruine plassen op de stoepen. Een dode egel ligt in de goot als een baby in
een wieg.
Ik deed wat in de inburgeringscursus stond om een echte Fin
te zijn. Ik nam de boot naar Tallin en kocht goedkope wijn en cider. Over de
Baltische zee rollen veel blikjes bier naar het Noorden. In de haven wachtten
kranen me als grote stalen origimi-kraanvogels op.
De wijk Kallio telt in elke straat wel enkele Thaise massage-salons.
Ik vraag me af of het een eufemisme is. In Taikalamppu (Wonderlamp) drink ik
slechte koffie die zo slecht is dat het op een masochistische manier toch weer
goed is. Een jaarlijks ritueel.
Nog in Kallio zie ik honderd mensen aanschuiven voor een
huis. Ik leer dat het een voedselbedeling is. Armoede draagt heel normale
kleding. Een jonge moeder en een man in kostuum.
Ik zie twee jonge meisjes, niet ouder dan zeven, naar de bib
lopen in onschuldige zomerjurkjes. Elks dragen ze een boek van ‘Vijftig tinten
grijs’ om te gaan inleveren.
Op het tramperron tegenover staat een mix van Japanse
toeristen en dronken Finnen. Een vreemd contrast.
Op het speelplein stapelen de jongeren de lege blikjes bier op
een stapel zonder dat hij omvalt. Het bier komt tot aan hun navel.
Ik zie een klein meisje, zonder aandacht te hebben voor wat
rond haar gebeurd, op haar driewieler fietsen achter een vlinder. Ze giechelt.
In Porvoo regende het zo hard dat de heuvelachtige straatjes
plots in bergriviertjes veranderden. Het water van de dakgoten komt in buizen
naar beneden en wordt net boven de stoep de straat opgespuwd. Het zaad van
berken wast weg.
Lijnen
(illustratie: Nigel Peake)
Lijnen
zoals de boer
zijn veld ploegt,
zoals de tegelzetter
zijn tegels lijmt,
zoals de moeder
de haren van de dochter kamt
-met veel precisie en trots-
zo kras ik,
met gekromde vingers
jouw rug open
als een ontdekkingsreiziger
die nieuw land arceert op de kaart
Speciale boeken 3: Als Adolf dat eens wist...
Schaterlach in de kringloopwinkel, mensen kijken mij vreemd aan. Bij het zien van de cover van dit boek moet ik hard hardop lachen. De combinatie van het gefronste gezicht van Adolf en de titel die je zuchtend moet uitspreken, is geweldig. Het boek lijkt weggelopen uit het geniale 'Net niet verschenen boeken' van Gummbah, maar (!) deze is echt.
Het boek bevat officiële processtukken, verslagen, memoires, brieven en artikels over Dolfke. Daarnaast bevat het ook een resem Duitse woorden die ik niet begrijp maar die wel mooi klinken zoals 'Wirtschaftswunder' en 'Stosztruppredner'. De prachtige omslag en de typografie werd trouwens verzorgd door Alje Olthof, een naam die klinkt als een mislukt anagram van Adolf Hitler.
Het boek bevat officiële processtukken, verslagen, memoires, brieven en artikels over Dolfke. Daarnaast bevat het ook een resem Duitse woorden die ik niet begrijp maar die wel mooi klinken zoals 'Wirtschaftswunder' en 'Stosztruppredner'. De prachtige omslag en de typografie werd trouwens verzorgd door Alje Olthof, een naam die klinkt als een mislukt anagram van Adolf Hitler.
Illustraties Jangojim + recensie
(Foto: LeesMenu)
Op 1 augustus mocht ik samen met de andere dichters en muzikanten van De Sprekende Ezels Deluxe-tournee optreden Museum M in Leuven op het M-idzomerfestival. Het was alweer het laatste optreden van deze tournee. Doordat ik de twee weken daarvoor vijf optredens had gedaan stond ik behoorlijk scherp.
Op de website Leesmenu, een literaire blog, stond er een recensie/verslag over het optreden van De Sprekende Ezels Deluxe. In het stukje ging het een hele alinea over mij (egostreel) met vooral deze fijne zin: "Paeshuyse is een doorgewinterde performer die niet schuwt van humor en zelfrelativering in zijn poëzie en was zaterdag de man die zorgde voor de "Deluxe" in de titel van deze editie van De Sprekende Ezels." Lees heel het verslag hier.
Ook deze keer was er trouwens weer een tekenaar, Wide kon helaas niet, maar hij werd vervangen door de geweldige Jangojim. De illustraties die hij bij mijn optreden maakte zie je hieronder. Ohja: ook Vitalski was aanwezig bewijze zijn blogpost.
(bij: 'Oma & Jule', 'Dingen die je ouders nooit hoort zeggen' & 'Jongenkamer')
(bij: 'Taakspanning', 'Blindehondbegeleidingshond' & 'Hotelnachten')
Abonneren op:
Posts (Atom)





















.jpg)
.jpg)